Standcorrectie

Het doel van een standcorrectie (osteotomie) is het ontlasten van het aangedane deel van de knie, of het ontlasten van een gereconstrueerde band of meniscus. Wil je meer inzicht in de ernst van je knieklachten?

Wat is een standcorrectie?

Een standcorrectie is een operatie om een scheve of afwijkende beenstand te herstellen, zoals X-benen (valgusstand) of O-benen (varusstand). Het doel is de belasting van het kniegewricht te verbeteren, pijn te verminderen en de functie te herstellen.

Het verschil tussen X-benen en O-benen

X-benen (valgusstand): knieën staan naar binnen, voeten verder uit elkaar.

O-benen (varusstand): knieën staan naar buiten, benen vormen een boog.

Beide afwijkingen kunnen leiden tot pijn en vroegtijdige slijtage van de knie en worden soms gecorrigeerd met een osteotomie.

Waarom wordt een osteotomie uitgevoerd bij X- of O-benen?

Een osteotomie wordt toegepast bij een varus (O-benen) of valgus (X-benen) beenas, vaak in combinatie met artrose aan de binnen- of buitenkant van de knie. Het doel van de ingreep is om:

  • De beenstand te corrigeren, zodat het zieke deel van de knie ontlast wordt
  • Pijn te verminderen en de functie van de knie te verbeteren
  • Het plaatsen van een knieprothese uit te stellen, wat bij ongeveer 80% van de patiënten 10 jaar of langer lukt

Vooraf kan soms een unloader brace gedragen worden om het effect van de correctie te testen. De brace kan ook langere tijd worden gebruikt als tijdelijke oplossing voordat een knieprothese nodig is.

Daarnaast kan een standsafwijking zorgen voor overbelasting van reeds beschadigde structuren, zoals een meniscus of ligament. In dat geval kan een osteotomie gecombineerd worden met een reconstructie om het beschadigde deel te ontlasten en te beschermen. Dit maakt de operatie vaak groter en kan de revalidatie langer maken, maar het verbetert de duurzaamheid van de behandeling aanzienlijk.

Het type standcorrectie hangt af van welke beenas gecorrigeerd moet worden (X- of O-benen), in welk vlak de afwijking zit en welk bot betrokken is (bovenbeen/femur of onderbeen/tibia). Meestal bevindt de afwijking zich in het frontale vlak, zichtbaar van voren als een varus- (O-benen) of valgusstand (X-benen). Met röntgenfoto’s van de voor- en zijkant van het been kan de chirurg precies vaststellen waar de afwijking zit en welke operatie geschikt is.

In sommige gevallen wordt de standcorrectie gecombineerd met een ingreep aan het gewricht zelf, zoals een meniscus- of bandreconstructie, of het opvullen van tunnels van eerdere kruisbandoperaties. Afwijkingen in het minder bekende sagittale vlak, zichtbaar van opzij, verhogen het risico op overbelasting van de kniebanden en meniscus en kunnen bestaande reconstructies belasten.

Dit is een typisch voorbeeld van een varus beenas, waarbij de belasting meer aan de binnenkant zit (rode lijn). Na de ingreep is de belastinglijn verplaatst.

Hier is duidelijk te zien dat de belasting juist meer aan de buitenkant zit, na de correctie precies door het midden.

Het gewrichtsoppervlak van de knie heeft een hellingshoek tov het onderbeen (1), dit is de zogenaamde slope. Hoe groter de hoek, hoe groter de neiging van het femur om naar achter te schuiven tov het onderbeen (pijlen). Hoe groter, hoe meer kracht op de VKB. Deze hoek is duidelijk minder groot na de ingreep. En dus de krachten minder op de VKB.

Afhankelijk van de soort beenasafwijking wordt een specifieke osteotomie uitgevoerd. Bij een varusbeen (O-benen) vindt de correctie meestal plaats in het onderbeen via een open wig valgiserende tibiakop-osteotomie. Bij een valgusbeen (X-benen) gebeurt de correctie meestal in het bovenbeen via een gesloten wig variserende distale femur-osteotomie.

Bij afwijkingen in de hellingshoek van het kniegewricht ten opzichte van het onderbeen, de zogenaamde slope, wordt deze gecorrigeerd met een anterieur gesloten wig tibia-osteotomie in het onderbeen. Door deze ingrepen kan de beenas worden gecorrigeerd, vermindert de pijn en verbetert de functie van het kniegewricht, wat vaak ook uitstel van een knieprothese mogelijk maakt.

Open wig tibia osteotomie

Varus-post-op-AP-2-730×1024

Post-operatieve foto na een open wig tibia osteotomie. Het bot wordt ingezaagd tot aan het scharnier (1), daarna wordt er een opening gemaakt tussen de bot helften, de wig (2), de bot delen worden op hun plek gehouden door een plaat (3).

Gesloten wig femur osteotomie

Valgus-post-op-AP-652×1024

Post-operatieve foto na een gesloten wig femur osteotomie. Het bot wordt ook hier ingezaagd tot het scharnier (1), maar in plaats van het maken van een opening wordt er nu een wig uitgehaald (2). De wig wordt gesloten en de correctie op zijn plek gehouden door de plaat (3).

Slope correctie

Screenshot

Post-operatieve foto na een slope correctie. De operatie bestaat uit 3 belangrijke stappen: 1. De aanhechting van de patella pees wordt met een bot blok losgemaakt en omhoog geklapt. 2. Vanaf de voorkant wordt een wig uit onderbeen gezaagd. De wig wordt daarna gesloten. 3. Alles wordt vastgemaakt met 3 schroeven en 2 krammen.

Afhankelijk van de soort beenasafwijking worden meestal de volgende osteotomieën toegepast:

  • Varusbeen (O-benen): meestal een open wig valgiserende tibiakop-osteotomie in het onderbeen
  • Valgusbeen (X-benen): meestal een gesloten wig variserende distale femur-osteotomie in het bovenbeen
  • Slope-correcties: meestal een anterieur gesloten wig tibia-osteotomie in het onderbeen

Deze operaties zorgen ervoor dat de beenas wordt gecorrigeerd, de belasting op de knie vermindert en de pijn en kans op verdere schade worden beperkt.

Ja, in sommige gevallen wordt een standbeencorrectie eerst uitgevoerd om de belasting op de knie te verbeteren voordat een knieprothese wordt geplaatst. Dit is vooral relevant bij ernstige artrose en scheve beenstand.

Het resultaat van een standcorrectie is meestal duurzaam, vooral als het been volledig genezen is en de patiënt een goede revalidatie volgt. Het kan echter nodig zijn om de plaat of schroeven na enkele maanden te verwijderen, afhankelijk van het type operatie.

Een tibiakop-osteotomie (High Tibial Osteotomy, HTO) is een operatie waarbij het onderbeen (tibia) wordt doorgezaagd en in een nieuwe stand geplaatst om een varus- of valgusafwijking te corrigeren. Dit ontlast het zieke deel van de knie en kan pijn verminderen en de functie verbeteren, vaak ook als uitstel van een knieprothese.

Femur-osteotomie: correctie in het bovenbeen, meestal bij een valgus (X-benen) afwijking

Tibia-osteotomie: correctie in het onderbeen, meestal bij een varus (O-benen) afwijking

De keuze hangt af van waar de scheve stand in het bot zit en welk gewrichtsdeel ontlast moet worden. Soms worden beide gecombineerd.

De nabehandeling na een standcorrectie is vaak functioneel, wat betekent dat het been en de knie meestal direct belast en gebruikt mogen worden.

Bij specifieke situaties, zoals:

  • Slope-correcties waarbij de aanhechting van de knieschijfpees is losgemaakt
  • Uitgebreide bandreconstructies

…moet tijdelijk een afneembare spalk worden gedragen, meestal enkele weken.

Belangrijkste punten tijdens de nabehandeling:

  • De eerste weken zijn vaak het vervelendst, omdat de operatie in feite een gecontroleerde botbreuk betreft. Staan en bewegen kan pijnlijk zijn.
  • Pijn en zwelling zijn normaal; pijnstillers helpen comfortabel te oefenen.
  • Zodra het kan, is het goed om op een hometrainer te zitten om de beweeglijkheid van de knie te herstellen.
  • Controlefoto’s worden gemaakt om de botgenezing te volgen.
  • Na ongeveer 6 weken kan geleidelijk worden begonnen met deelbelasting, waarna de knie langzaam volledig belast kan worden.
  • Totale hersteltijd: gemiddeld 6 maanden of langer, afhankelijk van het type operatie en persoonlijke situatie.

Elke nabehandeling wordt individueel besproken op het spreekuur, zodat deze precies past bij de uitgevoerde ingreep en uw herstelbehoefte.

Met zorg uitgevoerd door onze specialisten

Dr. Martijn Brinkman

Orthopedisch chirurg

Succesverhalen

  • “Ik wilde gewoon weer kunnen sporten — en Jacco begreep dat meteen.” Sport is voor mij altijd de rode draad geweest. Vanaf mijn zevende stond ik op de atletiekbaan, later kwamen fitness, boksen, hyrox ...

  • Tom (52) had al jaren last van zijn knieën. Als veel reizende professional met een jong gezin was structureel sporten lastig. De klachten begonnen rond zijn veertigste en namen toe: stijve knieën, pijn bij ...

  • Barbara Admiraal- van Meer (54) – Van turbulentie naar vrijheid Als klein meisje wist ze het al: ze wilde later stewardess worden. Geïnspireerd door een tante die vloog bij Martinair, volgde haar voorbeeld en ...

Bij OrthoCareClinics staat de veiligheid en het welzijn van onze patiënten voorop

Daarom behandelen wij uitsluitend patiënten die vallen binnen de ASA-classificatie 1 en 2. Dit betekent dat wij alleen zorg verlenen aan gezonde patiënten (ASA 1) en patiënten met een lichte systemische aandoening zonder functionele beperkingen (ASA 2). Daarnaast hanteren wij de volgende aanvullende criteria voor uitsluiting van operatieve behandelingen.

  • Leeftijd boven de 80 jaar
  • Leeftijd onder de 16 jaar
  • BMI hoger dan 35
  • Insuline afhankelijke diabetes mellitus
  • Patiënten met een pacemaker of ingebouwde defibrillator
  • Mechanische hartklepprothese
  • Eerdere doorgemaakte cerebrovasculaire accidenten (CVA)
  • COPD Gold III of IV
  • Niet goed ingestelde epilepsie
  • Actieve hepatitis
  • Nierfunctiestoornissen met dialysebehandeling
  • Hypertensie die onvoldoende reageert op medicatie
  • Actieve alcohol- of drugsverslaving

Door deze richtlijnen strikt na te leven, kunnen wij een veilige en kwalitatief hoogwaardige zorgomgeving garanderen. Wij danken u voor uw begrip en vertrouwen in onze zorgverlening.

Wil je een gesprek met een orthopedisch chirurg? Aarzel niet, wij staan je graag te woord!

Jouw gegevens zijn veilig, lees onze privacy- en cookieverklaring.

OrthoCareClinics heeft als missie om gezondheid en topprestaties te verbeteren door middel van geavanceerde en persoonlijke orthopedische zorg.